Wanneer de een
vliegenzwam
zich ongestoord kan ontwikkelen, zijn de witte
wratten
op de rode hoed vrijwel geometrisch precies
gerangschikt. De wratten zijn resten van het
algemeen omhulsel.
In het begin zit een 1cm breed, gewelfd hoedje op een 3cm dikke knol. Met het uitspreiden van de hoed worden de wratten uit elkaar getrokken, strekt de steel zich en raakt het gedeeltelijk omhulsel dat de plaatjes bedekt los van de hoedrand.
De vliegenzwam is een
plaatjeszwam. Een gehele hoed brengt ongeveer 2 miljard sporen voort.
Berken, dennen en sparren zijn de boomsoorten waarmee de vliegenzwam
mycorrhizas
vormt. Een mycorrhiza is letterlijk vertaald schimmel-wortel.
Het is een
symbiose,
een samenleven tot wederzijds voordeel, van een
schimmel met het wortelsysteem van planten. De
vliegenzwam is een gevaarlijke soort, met op de
zenuwen inwerkende gifstoffen.
|
|
|